Warm houden, dat sperma – vandaag in nrc.next

Ed Houben doneert sperma, gratis, bij hem thuis. Hij is nu de vader van meer dan 80 kinderen. Kan dat? Mag dat?

door ANNEMARIE HAVERKAMP (dit artikel staat vandaag in nrc.next)

In het digitale fotolijstje op het dressoir komen ze een voor een voorbij: de kinderen van Ed Houben (43). De meesten zijn hoogblond, met blauwe ogen. De baby’s lijken op elkaar. Kleine Edjes.
In de documentaire De man met 100 kinderen, die vandaag in première gaat, zien we hoe Houben uit Maastricht een nieuw leven verwekt. Dat gaat zo: hij trekt zich terug in de badkamer, overhandigt een potje sperma aan een wensvader en wensmoeder die op zijn tweezitsbank zitten te wachten, begeleidt hen naar de logeerkamer zodat ze zijn zaad met een spuitje naar de juiste plek kunnen leiden, kijkt intussen tv en vraagt even later of het allemaal is gelukt. Vervolgens breken twee spannende weken aan. Blijkt de vrouw zwanger, dan heeft Houben opnieuw een kinderwens vervuld. Zo niet, dan komen de wensouders terug voor een nieuwe poging.
Als toeschouwer zit je met open mond te kijken. De setting is doodnormaal: keurige portiekflat met dito mensen. Maar op het moment dat Ed Houben het potje sperma liefdevol bij de zoveelste mogelijke vader in handen drukt (‘warm houden, anders gaat de kwaliteit achteruit’), bekruipt je een gevoel van onbehagen. Kan dit? Mag dit?

De hoofdpersoon ziet het probleem niet. Ja, hij heeft heel veel nakomelingen (nog geen 100, wel bijna 90). Maar is dat een reden om het volgende wensouderpaar met dezelfde intense kinderwens te weigeren? Toen in 2004 de wet veranderde en anonieme spermadonatie niet langer was toegestaan, dreigde een donortekort. Houben, vaste leverancier bij de spermabank, zag op internet een schimmige handel ontstaan. Daar ging hij tegenin door (gratis) privé-donor te worden. Compleet met website en alle mogelijke transparantie. Zijn kinderen mogen hem gewoon opzoeken. Ed Houben, toeristengids in Limburg en momenteel samen met een (kinderloze) wensmoeder, wil iets zinvols doen met zijn leven.
‘Bij wensouders stel ik mezelf altijd de vraag: zou ik mij als kind happy voelen bij deze mensen’, legt hij een paar dagen later uit in diezelfde keurige portiekflat. Meestal is dat zo, want het zijn doodnormale burgers die hem benaderen, zegt hij. ‘Hoogopgeleid, goede baan. Ze hebben alleen de pech dat de man geen goede zaadcellen heeft.’ Of er is geen man in beeld. Houben helpt ook lesbische stellen en alleenstaande vrouwen die volgens hem bij een kliniek weinig kans maken. ‘Tot nu toe lijkt geen enkel kind er problemen mee te hebben. Hoe dat later zal zijn als ze in de puberteit komen (de oudste is negen, AH), is afwachten. Ik heb er geen angst voor. We leren elkaar zo vroeg mogelijk kennen. Als iemand vraagt ‘wie is jouw papa’, is dat heel duidelijk: ‘papa Ed.’ Houben wijst met een vinger naar zichzelf.

Guido de Wert, hoogleraar biomedische ethiek aan de universiteit van Maastricht, denkt dat het zo eenvoudig niet ligt. De vraag is niet zozeer ‘wie is jouw papa’, maar: ‘wat zijn de psychosociale gevolgen voor het kind’? ‘Als kind word je plotsklaps geconfronteerd met een donorvader en negentig halbroers en halfzusjes. Hoe erg is dat?’ Het antwoord van De Wert: dat weten we niet. Want het geval van Houben is uniek en er is geen onderzoek naar gedaan. Omdat niet-anoniem doneren pas sinds kort gebeurt in Nederland, is zelfs (nog) niet onderzocht of die kinderen de behoefte hebben later te weten wie hun genetische vader is en wat eventueel contact met hen doet.
Een verschil met de kinderen van Houben is in elk geval dat nakomelingen van ‘medische’ donoren na hun zestiende mogen kiezen of ze hun vader willen leren kennen. ‘Ze hebben dus ook het recht níet te weten wie de donor is’, stelt De Wert. In de documentaire zien we hoe de Maastrichtenaar een familiedag organiseert op een terras in de Limburgse heuvels. Hij deelt cadeautjes uit en knuffelt een baby die een shirtje draagt met de opdruk ‘Papa Ed is the best’. De kinderen wordt niet gevráágd of de donor in hun leven mag komen.
De Wert noemt het ‘wat naïef’ dat Houben zijn acties vanuit een vanzelfsprekende goedheid verklaart. Want hoe ‘goed’ de familiedag voor de kinderen is, weten we dus niet. Daarnaast is er volgens de ethicus sprake van een riskante rolverwarring: is ‘papa Ed’ donor of vader?
Houben zelf zegt: ‘Ik doe wat ik kan.’ Is er geen behoefte aan contact, dan zal hij vast niet ‘storen’. Maar hij gaat wel eens een dagje uit met een alleenstaande moeder en haar kind en krijgt kinderen op bezoek. Zoals Doris, de dochter van een lesbisch stel die we in de documentaire zien. Zij weet wie ‘papa Ed’ is en kletst honderduit als ze bij hem is. Haar moeders hechten eraan dat ze haar vader kent.
Is die omgang in het belang van het kind? De Wert. ‘Dat kun je je afvragen. Meneer Houben presenteert zich als weldoener. Op eigen initiatief organiseert hij die party, waarmee hij misschien verwachtingen schept. Maar wat als de kinderen later intensiever contact willen? Dat kan hij vanwege het grote aantal niet bieden.’

Wat de Limburgse casus – behalve het extreem grote kinderaantal –  zo prikkelend maakt, is volgens De Wert dat Houben ook met vrouwen naar bed gaat als ze dat wensen. Opnieuw kun je je de vraag stellen hoe ‘goed’ deze vorm van donorschap is – nog los van het risico op soa’s. Houben stelt dat de kans op succes bij seksueel contact groter is dan bij zelfinseminatie. De Wert noemt dat verschil heel klein. Daarnaast, merkt de laatste op, valt het tekort aan donoren mee en worden lesbische stellen en singles tegenwoordig ook geholpen in klinieken. ‘De vraag dringt zich op wat the good reason en wat the real reason van deze donor is om grote aantallen vrouwen te bevruchten.’ Hij zou ook willen weten waarom ze juist met Houben in zee gaan. ‘Gaat het om zijn persoon? Hebben deze vrouwen vervelende ervaringen bij of onjuiste ideeën over de toegang tot het medisch circuit?’
De eerste jaren ging Houben met niemand naar bed. Tot hij tot twee keer toe de vraag kreeg of hij niet… ‘De mensen die bij mij komen zijn vaak al bij een kliniek geweest. Ze hebben behoefte aan intimiteit. Ik dacht toen: het zijn volwassen mensen die ik de keuze moet geven. Eigenlijk willen de meeste mensen gewoon normaal zijn. Zelf begon ik me de laatste jaren ook minder lekker bij te voelen bij zelfinseminatie. ‘De leveranciersingang is achterom. Zet u de flessen daar maar neer.’’

Een argument om de ‘massadonatie’ van Houben te verwerpen kan zijn dat in het medisch circuit een maximum geldt van 25 spermadonaties. Reden: voorkomen dat nakomelingen die niet van elkaar weten dat ze familie zijn zich gaan voortplanten en daardoor een verhoogde kans hebben op gehandicapte kinderen. Houben lapt die limiet aan zijn laars.
De privé-donor: ‘Ik houd een administratie bij van alle wensouders met wie ik ooit een poging heb gedaan. Als ik doodga, weet mijn zus die administratie te vinden. Zij zal ervoor zorgen dat de website blijft bestaan, zodat de kinderen altijd te traceren zijn. De ouders hebben hier ook zelf een verantwoordelijkheid. Ze moeten alert zijn als hun donorkind met een partner thuiskomt die eveneens door een donor is verwekt. Maar mijn kinderen wonen in Nederland, Duitsland, België, Italië en Nieuw Zeeland. Dat maximum van 25 is berekend op Nederland.’
De ethicus: ‘Die 25 is momenteel punt van discussie. Het maximum ligt in Nederland vrij hoog in vergelijking met andere landen.  Natuurlijk gaat Houben er wel heel ver overheen. Als iedereen naar zijn familiedag zou komen, kennen de kinderen elkaar en neemt het inteeltrisico af. Komen ze niet, dan speelt het inteelt-argument nog steeds. Bij niet-anonieme donatie is er een nieuw,  psychosociaal, argument voor een limiet: het vermijden van de mogelijke confrontatie met grote aantallen halfbroers en -zussen.  Maar wat Houben doet is niet in strijd met de wet. Wel ethisch bedenkelijk. ’

En wat nou als over twintig jaar blijkt dat hij toch een erfelijke ziekte met zich mee droeg? Ook die vraag maakt deel uit van de discussie over de limiet, zegt De Wert. ‘Stel dat zo’n scenario uitkomt, is dat dan een argument om te kiezen voor een kleiner aantal kinderen per donor? Als je de limiet verlaagt, heb je meer donoren nodig. En dan neemt de kans weer toe dat er een man tussen zit die erfelijk belast is.’
Ed Houben ziet geen redenen om te stoppen. De vraag is groot en hij bekijkt het zo: als híj de wanhopige wensouders niet helpt, kiezen ze wel een andere manier. Misschien een kroegbaby. Misschien een anonieme donatie via internet. En dat is zéker niet in het belang van het kind.

 

Filmmaker Vuk Janic (Sarajevo, 1953) volgde spermadonor Ed Houben ruim een jaar. Het verhaal fascineert hem vanwege het geloof in de maakbaarheid van de wereld van Ed en de wensouders. Vrijwel alle (wanhopige) wensouders zoeken contact met Houben via internet. Daarnaast is Janic gefascineerd door mensen met een dubbelleven. ‘Als filmmaker geef ik geen oordeel, dat laat ik aan anderen over.’ Janic maakte eerder onder meer de documentaires Het laatste Joegoslavische elftal (nominatie Gouden Kalf, 2000) en Meester Ben (2008). De man met 100 kinderen gaat vandaag in première op het Nederlands Film Festival in Utrecht. Op 1 oktober is de documentaire te zien bij de NCRV (Nederland 2, 23.05 uur).

4 reacties op “Warm houden, dat sperma – vandaag in nrc.next

  1. Ik hou wel van mensen die goed willen doen, ook al vinden anderen dat ze er niet goed bij na hebben gedacht. Bravo papa Ed! Transparant en eerlijk, mooi voorbeeld voor velen. Ik hoop van harte dat hij zich niet zal laten beperken door de critici.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

De volgende HTML-tags en -attributen zijn toegestaan: <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <strike> <strong>